Wapengebruik

Verklaring van de diverse termen.

KKG = Klein kaliber geweer
KKK = Klein kaliber karabijn
KKP = Klein kaliber pistool
KKR = Klein kaliber revolver
GWP = Groot kaliber pistool
GKR = Groot kaliber revolver

Klein kaliber wil zeggen dat met deze wapens .22 munitie verschoten wordt. En “.22” staat voor 22/100 x 1 inch (2,54 cm). De loden punt heeft dus een doorsnede van 0,5588 cm, afgerond 0,5 cm.

Groot kaliber wil zeggen dat met deze wapens alles zwaarder dan .22-munitie verschoten wordt.

 

Verenigingswapens

Leden die geen “Verlof tot het voorhanden hebben van (schiet)wapens” bezitten mogen uitsluitend met verenigingswapens klein kaliber geweer, karabijn, pistool (klein en groot kaliber) en revolver schieten.

Deze wapens mogen alleen worden gebruikt nadat u als lid bent ingeschreven en na gebleken geschiktheid (zie ook aanmelden).

De vereniging bezit voldoende klein kaliber wapens voor hen die (nog) niet over een eigen wapen (kunnen) beschikken. Voor gebruik van verenigingwapens worden geen kosten in rekening gebracht,

Voor groot kaliber geldt het volgende: pas na een 1 jaar lidmaatschap, voldoende schietbeurten en gebleken geschiktheid mag u hiermee, na overleg met een basistrainer en iemand van het bestuur, schieten. Dit in verband met uw eigen en andermans veiligheid!

 

Het verlof tot het voorhanden hebben van een (schiet)wapen

Na minimaal 1 jaar lidmaatschap, gerekend vanaf de datum van ontvangst van het  schietboekje, kunt u met een WM3-formulier een “Verlof tot het voorhanden hebben van een (schiet)wapen” bij de afdeling Bijzondere Wetten van de politie in uw regio, aanvragen. Het WM3-formulier kunt u op de op de genoemde afdeling verkrijgen.

Door het bestuur wordt op het formulier vermeld:

  1. Hoe lang u lid bent van de vereniging
  2. Dat u over voldoende ervaring (= minimaal 18 –over 1 jaar verdeeld- schietbeurten zonder begeleiding) beschikt met het wapen dat u wilt aanschaffen. In principe wordt bij een eerste aanschaf slechts toestemming verleend voor een .22 kaliber wapen.
  3. Hoeveel keer u  in het jaar voorafgaande aan de aanvraag, hebt geschoten.

Daarnaast moet u uw schietregister met uw schietbeurtstempels tonen. In bijgaand overzicht kunt u zien voor welk type discipline en wapen u een eerste verlof kunt aanvragen (witte regels), welke type disciplines en wapens bij een eerste verlenging van het verlof tot de mogelijkheden behoren (groene regels) en welke bij een tweede verlenging (gele regels).

 

Wedstrijden

Wanneer je over voldoende schietervaring beschikt kunt u gaan deelnemen aan diverse wedstrijden. Er zijn wedstrijden op verenigings- districts- en nationaal niveau. Daarnaast organiseren verenigingen zogenaamde “open”wedstrijden.

Voor de beginnende schutters zijn de streekwedstrijden KKK, KKG en KKP uitermate geschikt. U schiet dan 10 wedstrijden bij 10 verschillende verengingen in de regio Rijnland (= Den Haag en omstreken). Vaak gaan een aantal leden in groepsverband naar dit soort wedstrijden. Hoe meer zielen hoe meer vreugd is daarbij het credo.

U leert dan ook andere schietaccommodaties kennen en doet wedstrijdervaring op. Voor deelneming hoef je niet over een eigen wapen te beschikken. U kunt gebruik maken van een verenigingswapen, dat een bestuurslid met een machtiging daarvoor dan voor u meeneemt.

Op de vereniging zelf is er een zomer- en wintercompetitie. Daar kunnen alleen eigen leden aan meedoen. De uitslagen zijn terug te vinden op het mededelingenbord en hier op de site (competitie – wintercompetitie).

 

Verlenging verlof

Vanaf nu moet bij verlenging of bij eerste aanvraag van een verlof een ingevulde vragenlijst overhandigd worden aan de behandelende politieambtenaar. Deze vragenlijsten zijn hier te downloaden: Eerste aanvraag en verlenging.

Let op dat bij de verlenging van een verlof twee referenten moeten worden opgegeven. Eén uit de directe persoonlijke sfeer en één (bestuurs)lid van de schietvereniging. Het is voor de bestuursleden ondoenlijk om voor alle leden als referent op te treden. Vraag dan ook aan een schietmaatje van de vereniging of iemand met wie je regelmatig wedstrijden schiet of je hem of haar als referent mag opgeven. Als referent hoef je niet te tekenen, maar de politie kan contact met je opnemen als er vragen of twijfel omtrent de betreffende verlofhouder bestaan.

Voor een eerste verlofaanvraag is vanzelfsprekend wel een verklaring van een bestuurslid van de schietvereniging vereist.